De Oorsprong van de Japanse Akita

 

 

De Akita (vroeger 'Akita Inu' genoemd) komt oorspronkelijk uit Japan en wel uit de provincie (prefectuur) Akita. Vandaar ook de naam van dit statige ras. Een paar jaar geleden is de toevoeging 'Inu' officieel van de naam verwijderd. Dit in tegenstelling tot bij zijn kleinere broertje, die nog steeds 'Shiba Inu' heet.

'Inu' betekent 'hond' in het Japans en 'Akita Inu' betekent dus 'Hond uit Akita'. Akita ligt in het noorden van Japan. Akita heeft een typisch Noord-Japans klimaat, hetgeen betekent dat de winters koud zijn, in het bijzonder aan zee, en de zomers gematigd.

 

Japanse Mythologie

Een belangrijk deel van zijn werk bestond uit krijgslustige taken. Zo werd hij getraind voor de jacht op beren en als gevechtshond. In het tijdperk van de Samoerai vormde de Akita zijn vaste metgezel.

De sterke genegenheid tegenover zijn baas heeft er toe geleid dat de Akita inu een plaats is gaan innemen in de Japanse mythologie en nog worden Akita-beeldjes heden ten dage als teken van vriendschap en voorspoed geschonken. De Akita wordt ook gezien als een geluksbrenger.

>

De legende over Hachiko

illustratie van de trouw van een Japanse Akita

Aan het Station Shibuya staat een standbeeld van een zeer trouwe Akita, namelijk die van Hachiko. Hachiko begeleidde iedere dag zijn baasje professor Ueno Hidesaburo van de Universiteit van Tokio naar het station en wachtte dan tot de trein wegreed. Om 15.00 uur ging hij dan weer naar het station om zijn baasje af te halen.

Op een zekere dag wachtte Hachiko weer op de trein, die echter zonder zijn baas op het station arriveerde. Zijn baasje was aan een hartverlamming overleden op de Universiteit. Vanaf die dag ging Hachiko iedere dag, telkens om 15.00 uur naar het station om er op zijn baasje te wachten. De mensen die hem kenden gaven hem te eten en verzorgden hem. Hachiko deed dit 10 jaar lang tot zijn dood.

 

Na zijn dood werd voor het Station Shibuya in Tokio een standbeeld voor hem opgericht. De vacht van Hachiko is bewaard gebleven in het museum van Ueno en hijzelf is het onderwerp van vele Japanse kinderboeken.

De Akita als Jager

Honderden jaren lang werd de Akita ingezet bij de jacht op groot wild. Een reu werd samen met een teefje (andere combinaties gaan niet altijd goed) op pad gestuurd om een hert, wild zwijn of zelfs een beer op zijn plaats te houden tot de jagers gearriveerd waren. Dit betekent dat de Akita's zelfstandig op pad waren en zelf beslissingen namen. Dit wetende is het niet moeilijk begrip op te brengen voor zijn eigenwijze karaktertrek. Honden die zijn gefokt om SAMEN met de baas dingen te ondernemen zijn vaak 'slaafs' te noemen. Dit kan je niet zeggen van de waardige Akita, maar zijn moed en loyaliteit zijn befaamd.

 

De Akita in Gevaar

In 1919 werd de Japanse Akita op de 'beschermde monumenten' lijst gezet. Veel Akita's in die tijd leken op de kruising die voor hondengevechten werd gebruikt. Er werd een zoektoch op touw gezet langs de meer afgelegen dorpen waar de Akita nog steeds voor zijn oorspronkelijke doel 'de jacht' werd ingezet. Er werden gelukkig voldoende honden gevonden die leken op het beeld van de raszuivere Akita. In 1931 werd dit ras de eerste van de Japanse rassen die tot Nationaal beschermd erfgoed werd uitgeroepen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het ras weer bijna uitgestorven, omdat vele exemplaren van de honger werden opgegeten. Met de overgebleven honden werd de Akita weer teruggefokt. Er werden ook Akita's mee naar Amerika genomen waar ze werden gekruist met andere rassen. Dit zou later tot een apart ras leiden: De Amerikaanse Akita (vroeger 'Great Japanse Dog' genoemd).

 

Standbeeld van Hachiko bij station Shibuya

 

terug naar een Akita Hondenleven HOME